Definitie
Stel A = (aij) is een m
× p matrix en B
= (bij) is een p
× n matrix . Het
aantal kolommen van A is dus gelijk aan het aantal rijen
van B (in dit geval p).
De productmatrix A · B is
de m × n
matrix C = (cij), waarvan je de
matrixelementen cij krijgt door de i-e
rij van A te vermenigvuldigen met de j-e kolom van B.
De matrixelementen cij van C
bereken je dus als volgt:
cij
= ai1b1j
+ ai2b2j
+ ai3b3j
+ ..... + aipbpj
voor i = 1, 2, ..., m en j = 1, 2, ..., n
of
in verkorte notatie
|
|
p |
|
|
cij = |

k =1
|
aikbkj
voor i = 1, 2, ..., m en j = 1, 2,
..., n |
In onderstaande
figuur is dit in beeld gebracht.
 |
a11 |
a12 |
. |
a1k |
. |
a1p |
 |
| a21 |
a22 |
. |
. |
. |
a2p |
| . |
|
|
. |
|
. |
| ai1 |
. |
. |
aik |
. |
aip |
| . |
|
|
. |
|
. |
| am1 |
am2 |
. |
amk |
. |
amp |
|
· |
 |
b11 |
b12 |
. |
b1j |
. |
b1n |
 |
| b21 |
b22 |
. |
. |
. |
b2n |
| . |
|
|
. |
|
. |
| bk1 |
. |
. |
bkj |
. |
bkn |
| . |
|
|
. |
|
. |
| bp1 |
bp2 |
. |
bpj |
. |
bpn |
|
= |
 |
c11 |
c12 |
. |
c1j |
. |
c1n |
 |
| c21 |
c22 |
. |
. |
. |
c2n |
| . |
|
|
. |
|
. |
| ci1 |
. |
. |
cij |
. |
cin |
| . |
|
|
. |
|
. |
| cm1 |
cm2 |
. |
cmj |
. |
cmn |
|
In het online
computerprogramma "Matrixbewerkingen
op Internet" wordt het vermenigvuldigen van
matrices in een rechthoekig schema weergegeven, zie onderstaande
figuur, zodat je precies kunt volgen hoe het programma te werk
gaat. Hierin kun je de matrixelementen van A en B
invullen en worden meteen de matrixelementen van matrix C
uitgerekend en aangepast.
|
|
p |
|
|
cij = |

k =1
|
aikbkj
voor i = 1, 2, ..., m en j = 1, 2,
..., n |
Door
de matrix B rechts boven A te plaatsen kun je goed
zien hoe de berekening gaat, dus welke rij van A met
welke kolom van B vermenigvuldigd wordt om het
matrixelement cij te krijgen. Bovendien
kun je goed zien dat het aantal kolommen van A gelijk moet
zijn aan het aantal rijen van B om de vermenigvuldiging uit
te kunnen voeren.
Associatieve
en distributieve eigenschappen
Door de manier waarop het vermenigvuldigen van matrices
gedefinieerd is gelden voor matrices A, B en C
de volgende eigenschappen:
-
Als
de afmetingen van A, B en C zodanig zijn
dat A · (B · C) en (A
· B) · C betekenis
hebben, dan geldt:
A
· (B · C) = (A ·
B) · C ( associatieve eigenschap)
-
Stel dat A
en B dezelfde afmeting hebben. Als A ·
C en B · C betekenis
hebben, dan geldt:
(A
+ B) · C = A ·
C + B · C ( rechter
distributieve eigenschap)
-
Stel dat A
en B dezelfde afmeting hebben. Als C ·
A en C · B betekenis
hebben, dan geldt:
C
· (A + B) = C ·
A + C · B ( linker
distributieve eigenschap)
-
Voor
de getransponeerde van het product A · B
geldt
(A
· B)T = BT ·
AT (Let op de volgorde!)
Deze
eigenschappen worden hier zonder bewijs vermeld.
Kolomeigenschappen
Bekijken we nogmaals het rechthoekig schema waarin de
matrixvermenigvuldiging A · B = C is
weergegeven
waarbij cij
= ai1b1j + ai2b2j
+ ai3b3j
+ ..... + aipbpj voor i
= 1, 2, ..., m en j = 1, 2, ..., n dan is
gemakkelijk na te gaan dat de volgende kolom-eigenschappen gelden:
-
Als we twee
kolommen in matrix B verwisselen dan verwisselen ook de
overeenkomstige kolommen in de antwoordmatrix C.
-
Als we de j-de
kolom van matrix B met een getal
vermenigvuldigen dan wordt ook de j-de kolom van de
antwoordmatrix C met
vermenigvuldigd.
-
Tellen we bij
de j-de kolom van B een -voud
van de l-de kolom van B op dan wordt ook bij
de j-de kolom van C het -voud
van de l-de kolom van C opgeteld.
We noemen dit elementaire
kolom-operaties. De kolom-eigenschappen volgen direct uit de
manier waarop matrixvermenigvuldiging gedefinieerd is en zijn van
groot belang bij het bepalen van de inverse matrix A-1
van een vierkante matrix A. Zie hiervoor het
onderwerp Inverse matrix.
Rij-eigenschappen
Bekijken we nogmaals het rechthoekig schema waarin de
matrixvermenigvuldiging A · B = C is
weergegeven
waarbij cij
= ai1b1j + ai2b2j
+ ai3b3j
+ ..... + aipbpj voor i
= 1, 2, ..., m en j = 1, 2, ..., n dan is
gemakkelijk na te gaan dat de volgende rij-eigenschappen gelden:
-
Als we twee
rijen in matrix A verwisselen dan verwisselen ook de
overeenkomstige rijen in matrix C.
-
Als we de i-de
rij van matrix A met een getal
vermenigvuldigen dan wordt ook de de i-de rij van C
met
vermenigvuldigd.
-
Tellen we bij
de i-de rij van A een -voud
van de l-de rij van A op, dan wordt ook bij
de i-de rij van C het -voud
van de l-de rij van C opgeteld.
We noemen dit elementaire
rij-operaties. De rij-eigenschappen volgen direct uit de
manier waarop matrixvermenigvuldiging gedefinieerd is en zijn van
groot belang bij het bepalen van de inverse matrix B-1
van een vierkante matrix B. Zie hiervoor het
onderwerp Inverse matrix.

Voorbeeld
1
Omdat A
een 2 × 3 matrix en B een 3 × 2 matrix is, is het product
C = A · B een 2 × 2 matrix.
De
matrixelementen van C = A · B worden
als volgt berekend:
|
c11
= 4 · 1 + 5 · 2 + 0 ·
-3 = 14
c21 = 4 · -1
+ 5 · 0 + 0 · 4 = -4 |
c12
= 6 · 1 + -1
· 2 + 2 · -3
= -2
c22 = 6 · -1
+ -1 · 0 +
2 · 4 = 2 |
Ga dit voorbeeld
met onderstaand programma
na!.
Voorbeeld
2
Hier is A
een 2 × 3 matrix en B een 3 × 1 matrix. Dus het product C
= A · B is een 2 × 1 matrix.
De
matrixelementen van C = A · B worden
als volgt berekend:
|
c11
= 2 · 2 + -1
· 1 + -2 ·
3 = -3
c21 = 2 · 1 + -1
· 2 + -2 ·
4 = -8 |
Ga dit voorbeeld
met onderstaand programma
na!.
Voorbeeld
3
Als A en B
beide vierkante matrices met dezelfde afmeting zijn, bestaan zowel
A · B als B · A.
We vinden:
Dit voorbeeld
laat zien dat A · B
B · A. Als A · B = B · A
dan zeggen we dat A en B commuteren.
Voorbeeld
4
Als I een p
× p eenheidsmatrix is, dan is I · A = A
voor elke p × n matrix A, en B ·
I = B voor elke m × p matrix
B. Bijvoorbeeld:
Ga dit voorbeeld
met onderstaand programma
na!.
Het
programma (programma-handleiding)
|
|
|
Disclaimer:
Browsers sometimes crash when running
computation-intensive ActiveX controls.
Make sure your important work is saved before
running this utility.
|
Opgave
1
Gegeven
zijn:
Bereken met bovenstaand
programma: B + C, A ·
B, B · A, A ·
C, C · A, A(2B
- 3C).
Tip: Sla
tussenantwoorden op schijf op.
Opgave
2
Bereken
met bovenstaand programma
A · B - B ·
A voor de volgende gevallen
Tip: Sla
tussenantwoorden op schijf op. |